Stil in huis

Stil in huis

Terwijl ik de deur naar de woonkamer open, overvalt me een gevoel van gemis. Wat is het ongewoon stil. De begroeting die iedere ochtend plaatsvindt en die ik zo gewoon vind, is er niet. En ineens is iets wat heel gewoon was, heel bijzonder… 
 
Ik mijmer en vraag me af wat er toch gebeurd kan zijn. Ik trek mijn jas aan om op zoek te gaan. Op zoek naar antwoord, maar vooral op zoek naar haar. Waar kan ze zijn? Wat is logisch? Maar ik voel ook aarzeling… Ik wil haar vinden, maar toch ook niet. Ik voel angst voor wat ik aantref, want stel dat mijn gedachten blijken te kloppen? Stel dat haar iets overkomen is, ze pijn heeft, ergens gewond ligt, of het ergste dat ik vrees: Misschien is ze wel dood? 
 
Toch stap ik naar buiten en ga op zoek. Ik speur in onze tuin onder alle struiken en bomen. In de hoop haar opgerold, opgekruld te vinden, zoals ze zo mooi ontspannen kon liggen. Ik weet dat poezen zichzelf afzonderen als ze voelen dat hun einde nadert en ik hoop dan ook dat ik haar dichtbij, in onze eigen tuin, vind. Ik speur en zoek tevergeefs. Ga de bermen in het dorp na, maar ik vind niets, geen spoor van onze lieve Dribbel. Iedere dag roep ik meermaals haar naam, schud met brokjes in de hoop haar gemiauw te horen, maar het blijft stil.  

De kinderen die zo gehecht zijn aan hun maatje, maken ieder een andere beweging. Ze zijn met haar opgegroeid. Ze is even oud als mijn zoon, 12 jaar en is altijd liefdevol aanwezig. Waar mijn 16 jarige dochter ineens nóg ijveriger in haar schoolwerk duikt en aangeeft geen tijd te hebben om mee te zoeken, gaat de ander stug door met waar hij mee bezig is en zegt er ook niet te veel over te willen praten. Voor mij is wel voelbaar dat hun angst om haar levenloos te vinden groot is. Met elkaar houden we de hoop dat ze per ongeluk in een schuurtje opgesloten zit en snel weer thuiskomt. Eigenlijk worstelt toch ieder voor zich met deze plotselinge verandering in ons gezin. Het etensbakje blijft onaangeroerd en de onwerkelijkheid maakt langzaam plaats voor werkelijkheid.  
 
Wanneer ik, 3 dagen nadat we haar voor het laatst heb gezien, in de pannen sta te roeren voor het avondeten, gaat mijn man het gras maaien in onze royale achtertuin. Als hij binnenkomt en vraagt of het eten ook even van het vuur kan, kijk ik hem vol ongeloof aan. Zonder woorden weet ik al wat hij wil zeggen: Hij heeft haar gevonden, onze Dribbel, dood in onze eigen tuin.  
Als ik haar met eigen ogen zie, komt het verdriet vanuit mijn tenen. Gek genoeg is er ook opluchting. Opluchting dat we haar hebben mogen vinden om afscheid van haar te kunnen nemen.  
 
Onze lieve Dribbel, ons maatje, de vanzelfsprekendheid dat ze er altijd was, zo blij als je thuiskwam en een luisterend oor voor de kinderen. Mijn dochter benoemt in haar verdriet dat Dribbel haar schoot zo lekker warm hield. Dribbel hielp haar om te ontspannen als ze zorgen had, of gespannen zoals nu in haar examenjaar. Mijn zoon benoemt hoe stil het ‘s morgens is en hoe fijn het was dat ze altijd thuis was.  
 
De volgende dag begraven we haar op een mooi beschut plekje in de tuin. Ieder heeft zijn eigen taak, waarbij er ruimte is voor ieders wens. Ik zoek een doos en vul deze met een zacht laagje stro, zodat ze comfortabel ligt. Onze zoon wil graag met Heit het gat graven en is daar ijverig mee bezig. Onze dochter wil dat absoluut niet en houdt zich bezig met het maken van een houten hart. Ze versiert het met de naam van Dribbel en de datum. Ik help haar hierbij en maak een klein bloemstukje voor op het graf. Gezamenlijk halen we herinneringen op en bedanken Dribbel voor de mooie tijd. Wanneer we de aarde op de doos scheppen, doen we dit zacht en voorzichtig. Onze dochter gaat op afstand staan, dit deel valt haar te zwaar en dus wil ze er liever niet naar kijken. Onze zoon heeft zichzelf echter een taak toebedeeld en wil zo goed mogelijk de aarde verdelen. Zo heeft ieder een taak die het beste bij hem/haar past en respecteren we ieders rol.  
‘s Avonds zitten we in stilte aan het avondeten. Dribbel haar etensbakjes laten we nog een tijdje onaangeroerd staan als bewijs dat ze er was.  
 
Bedankt Dribbel, voor alle warmte, liefde en plezier dat je ons hebt gegeven en wij jou mochten geven. Het was een feestje met je en we zullen je nooit vergeten!  
 

3 reacties

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *